Thermostaatkranen werken perfect samen met een kamerthermostaat en geven je extra controle over de temperatuur in elke afzonderlijke ruimte. Een eenvoudige én betaalbare manier om je energieverbruik te optimaliseren.
Wat doet een kamerthermostaat?
Een kamerthermostaat meet de temperatuur in de ruimte waar hij hangt. Die kamer fungeert als referentieruimte. Daalt de temperatuur daar onder de ingestelde waarde, dan schakelt de thermostaat het verwarmingssysteem in totdat de gewenste temperatuur bereikt is.
Tegelijkertijd worden de andere kamers ook verwarmd:
- Soms te veel: als een ruimte kleiner en beter geïsoleerd is dan de referentiekamer.
- Soms overbodig: in kamers waar warmte niet constant nodig is, zoals een slaapkamer.
Een kamerthermostaat houdt dus geen rekening met de specifieke warmtebehoefte van elke afzonderlijke ruimte.
Wat doen thermostaatkranen?
Een thermostaatkraan regelt de temperatuur per radiator en vormt zo een ideale aanvulling op je kamerthermostaat. Zodra de radiator de ingestelde temperatuur bereikt, sluit de kraan automatisch de warmwatertoevoer af. Alles gebeurt binnenin, zonder dat je de kraan ziet bewegen.
Let op: thermostaatkranen werken met standen, niet met graden. Het kan even zoeken zijn naar de juiste stand. Heb je de ideale stand gevonden, laat de kraan dan zoveel mogelijk ongemoeid.
Wist je dat?
Met slimme thermostaatkranen kun je radiatoren nog preciezer aansturen. Dankzij ingebouwde timers bepaal je zelf op welke momenten van de dag elke radiator aan of uit moet staan.
Tips voor het gebruik van thermostaatkranen
1. De kamerthermostaat blijft de baas
De kamerthermostaat stuurt het verwarmingssysteem aan. Is de temperatuur in de referentieruimte bereikt, dan schakelen alle radiatoren uit, ook als de thermostaatkraan nog openstaat.
2. Kies radiatoren die krachtig genoeg zijn
Radiatoren moeten voldoende vermogen hebben om de gewenste temperatuur te halen. In een badkamer kies je bijvoorbeeld best een grotere radiator, zodat die tot 24 °C kan opwarmen terwijl de referentieruimte 21 °C bereikt.
3. Laat de kranen in de referentieruimte volledig open
In de ruimte waar de kamerthermostaat hangt, staan de thermostaatkranen best op de maximale stand (stand 5). Zo vermijd je dat de werking van de kamerthermostaat wordt verstoord. Verplaats je een draadloze thermostaat? Pas dan ook de instellingen van de betrokken radiatoren aan.
4. Vermijd voortdurend bijstellen
Een thermostaatkraan volledig opendraaien wanneer je het koud hebt, heeft geen effect. Zolang de referentieruimte de ingestelde temperatuur niet heeft bereikt, blijft de warmwatertoevoer toch al maximaal. De kraan voorkomt enkel dat een ruimte te warm wordt.
Waar thermostaatkranen plaatsen?
Heb je nog geen thermostaatkranen? Dan is het zeker aan te raden om ze te installeren.
Idealiter plaats je een thermostaatkraan op elke radiator.
In de ruimte waar je kamerthermostaat hangt (vaak de woonkamer) zijn thermostaatkranen niet nodig.