Een probleem van stroomvoorziening
Een belangrijk deel van onze elektriciteitsproductie is inmiddels uitgevallen. Wanneer we straks tijdens een strenge winterprik meer elektriciteit nodig zullen hebben, is er misschien niet meer voldoende productiecapaciteit voorhanden om aan de vraag te voldoen.
Black-out
Bij een stroomtekort kunnen we normaal gezien rekenen op onze buurlanden, die dan een deel van hun overproductie naar ons elektriciteitsnet sturen. Maar bij een strenge winter hebben onze buren hun elektriciteit zelf ook nodig. Zeker Frankrijk, dat nog altijd een traditie van elektrisch verwarmen heeft.
Op zo’n moment kan de elektriciteitsvraag dus groter worden dan het aanbod. zoiets noemt men een stroomonevenwicht.
Zo’n stroomonevenwicht is gevaarlijk, want het zou kunnen leiden tot het instorten van het Belgische – en zelfs het Europese – elektriciteitsnetwerk. We spreken dan van een black-out. Dit is het worst-case scenario.
Hoe lang kan een black-out duren?
Twee gevallen zijn mogelijk:
- Ofwel kan het net worden heropgebouwd door te steunen op de netten van de buurlanden: in dat geval beschikken de eerste klanten na 4 uur terug over elektriciteit, de laatste na 8 uur.
- Ofwel moet er opnieuw vanaf nul worden gestart: in dat geval beschikken de eerste klanten na 10 uur terug over elektriciteit, de laatste na 24 uur
Afschakelplan
Om een black-out te vermijden, heeft de overheid samen met Elia – de beheerder van het hoogspanningsnet –, de distributienetbeheerders – zoals Sibelga – en het crisiscentrum een maatregelenpakket opgesteld.
Een van deze maatregelen is het afschakelplan. Hierbij wordt als laatste redmiddel om een black-out te voorkomen de elektriciteitsvoorziening in bepaalde gebieden afgeschakeld.
Door deze gedeeltelijke en opzettelijke duikvlucht in het elektriciteitsverbruik krijgen de elektriciteitscentrales de kans om het evenwicht te herstellen.
Hoelang kan een afschakeling duren?
Zo’n onderbreking geldt voor 3 à 4 uren in de getroffen gebieden.