Bijvoorbeeld: Wat is een zonneboiler?

Hoe kies ik een lamp?

7271x bekeken sinds

De klassieke gloeilamp verdwijnt dan wel, maar u kunt nog altijd kiezen tussen halogeenlampen, fluorescentiebuizen (klassieke tl-buizen en compacte fluorescentielampen) en leds.

  • Voor luchters, plafondlampen en wandlampen en om een garage, een werkplaats of een gang te verlichten, kiest u het best voor compacte fluorescentielampen (ook ‘spaarlampen’ genoemd).
  • Voor een bureaulamp of bedlampjes: halogeenlampen of leds.
  • Voor het keukenaanrecht en een badkamerspiegel: compacte fluorescentiespots of mini-tl-buizen (ook neonbuizen genoemd).
  • Voor de garage, een werkplaats of kelders: tl-buizen (neonbuizen).

Denk niet meer in watt, denk in lumen

Door de komst van nieuwe lampen brokkelt onze houvast af. We doen er dan ook goed aan om niet meer in watt te denken als we een lamp gaan kopen. Een spaarlamp van 15 W verspreidt namelijk net zoveel licht als een klassieke gloeilamp van 60 W of een halogeenlamp van 45 W. De lichtopbrengst staat duidelijk niet meer in verhouding tot het opgenomen elektrisch vermogen dat in watt wordt uitgedrukt.

Daarom zijn fabrikanten voortaan verplicht om op de verpakking van een lamp de lichtopbrengst uitgedrukt in lumen (lm) te vermelden.

Hou bij uw keuze van een nieuwe lamp (halogeenlamp, compacte fluorescentielamp of led) rekening met de volgende drie aspecten:

1. Het verbruik

Hoe lager het aantal watt, hoe lager het verbruik.

2. De lichtopbrengst

Welke lichtopbrengst hebt u nodig ? Kijk daarom naar het aantal lumen dat op de verpakking wordt vermeld. Door af te gaan op uw ervaring met oude gloeilampen weet u welke lichtopbrengst u mag verwachten:

  • Een klassieke gloeilamp van 100 W was goed voor ongeveer 1.300-1.400 lumen. Verblindend licht, weet u nog?
  • Een lamp van 75 W leverde 920 tot 970 lumen. Nog steeds fel licht.
  • De vaakst gebruikte gloeilampen, die van 60 W, produceerden 700 tot 750 lumen.
  • De zwakste ten slotte, die van 40 en 25 W, waren respectievelijk goed voor 410 tot 430 lumen en 220 tot 230 lumen.

3. Het lichttype en de lichtkleur

Wat wilt u verlichten? In welke ruimte? Kies het type lamp dat het best aan het gebruik is aangepast:

  • Voor de algemene verlichting van een ruimte (kamer, badkamer, garage, etc.) zijn tl-buizen (neonbuizen) of plafondlampen met compacte fluorescentielampen (‘spaarlampen’) ideaal.

  • Voor een warmere en aangenamere verlichting, zoals in de woonkamer, kiest u het best een lage kleurtemperatuur (bijv. 2.700 kelvin). Daarvoor kunnen halogeenlampen worden gebruikt, maar ook de kleur van compacte fluorescentielampen is verbeterd naarmate technische vooruitgang werd geboekt.
  • Voor aanvullende verlichting laat u halogeenstaanlampen beter links liggen, want die verbruiken erg veel energie. Geef eerder de voorkeur aan staanlampen en kleine lichtpunten met een compacte fluorescentielamp.
  • Voor licht boven de keukentafel of in de eetkamer gebruikt u het best een hanglamp met een ronde tl-buis of een compacte fluorescentielamp.
  • Gebruik compacte fluorescentiespots voor het keukenaanrecht en mini-tl-lampen voor de badkamerspiegel.
  • Voor werk dat concentratie vereist (handwerk, schrijven, lezen, studeren), zijn halogeenlampen en bepaalde leds aangewezen.
  • Om af te bakenen en voor sfeerverlichting kunnen leds worden gebruikt. Ook halogeenlampen zijn mogelijk en bieden het voordeel dat ze kunnen worden gedimd.

Maak de juiste keuze met de lampkiezer van de Europese Unie.

Thumbs up

Vindt u dit
een goed antwoord? Stem en laat ons weten wat u van dit antwoord denkt